GERECHTSHOF

informatie over gerechtshoven en advocaten in Nederland,

Nederlandse rechtspraak, rechtsbanken en advocatenkantoren

Letselschade
Letselschade is de lichamelijke en geestelijke, immateriële, schade die een mens ondervindt als hij/zij bij een ongeluk betrokken is. Het kan daarbij gaan om een verkeersongeval, een bedrijfsongeval, een ongeval tijdens het sporten of tijdens het klussen in of rondom het huis of om de gevolgen van een medische fout. Ook in het geval van mishandeling kan sprake zijn van letselschade. De volgende soorten letselschade kunnen daarbij aan de orde komen: Verlies van de capaciteit om arbeid te verrichten en daarmee inkomsten te verwerven. Het gaat daarbij niet uitsluitend om het werk, dat de betrokkene ten tijde van het ongeval verrichtte, maar om het verdienvermogen in het algemeen. Het wordt als regel aangeduid met 'verlies aan verdienvermogen' of 'verlies aan arbeidscapaciteit'. De term inkomstenderving is minder juist, omdat men ook inkomsten kan derven buiten de situatie dat sprake is van het verlies van het vermogen om te werken. Om deze schade te berekenen, zijn er speciale rekenbureau's die een rekenrapport (actuariële berekening) opstellen - meestal in opdracht van het letselschadebureau of de letselschadeadvocaat - waaruit blijkt hoe hoog het verlies aan verdienvermogen van het slachtoffer bedraagt. Er wordt hierbij rekening gehouden met verschillende factoren zoals pensioen, sterftekanscorrectie, recht op promotie en loonsverhoging etc. Ook de pensioenschade en een eventuele studievertraging van langer dan een jaar moeten worden meegewogen. Aan het bewijs van het verlies aan verdienvermogen mogen volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad niet al te hoge eisen worden gesteld, zoals bleek uit het arrest Vehof/Helvetia van 15 mei 1998 (NJ 1998, 624). Daarna heeft de Hoge Raad in het arrest Van Sas/Interpolis van 14 januari 2000 (NJ 2000, 437) al beslist, dat deze in de toekomst te lijden schadepost moet worden berekend na afweging van de goede en kwade kansen. Nu veel rekenbureaus bij de berekening van het verlies aan verdienvermogen al rekening houden met zowel positieve factoren - zoals kans op promotie en loonsverhoging - als negatieve factoren - kans op eerder overlijden of faillissement van de werkgever - is aan de eisen uit de jurisprudentie van de Hoge Raad in Vehof / Helvetia en Van Sas / Interpolis al voldaan.
Kosten van huishoudelijke hulp: De Hoge Raad heeft in het arrest Losser/Kruidhof (NJ 1999, 564) (het arrest 'Johanna Kruidhof') beslist dat een slachtoffer ook vermogensschade lijdt indien de voor hem of haar noodzakelijke hulpverlening niet wordt uitbesteed aan professionele hulpverleners maar aan familieleden, in dit arrest de ouders van Johanna Kruidhof. Voor de vraag of deze schade voor vergoeding in aanmerking komt, achtte de Hoge Raad de omstandigheden van het geval beslissend. Daarvoor zijn tenminste van belang: de hulpbehoevendheid van het slachtoffer, de wijze waarop het familielid (de familieleden) zijn/haar (hun) vrije tijd hebben besteed aan het helpen van het slachtoffer, of het een redelijke beslissing van het familielid (de familieleden) was om het slachtoffer te helpen en de aannemelijkheid dat het slachtoffer anders professionele hulp tegen betaling had ingeschakeld als zijn/haar familielid (familieleden) niet bereid of niet in staat waren de vereiste hulp te bieden. Uit het arrest van de Hoge Raad in de zaak Krüter - Van de Pol/Wilton - Feijenoord van 6 juni 2003 (NJ 2003, 504) blijkt dat de rechtsregel uit het eerdergenoemde arrest Losser/Kruidhof ook analoog van toepassing is op andere familieleden zoals een echtgenoot of echtgenote. De schadepost van huishoudelijke hulp komt dus niet alleen voor vergoeding in aanmerking als het letselschadeslachtoffer professionele (thuis) hulp heeft. Ziektekosten zoals de kosten van verpleging en/of opname in het ziekenhuis. Kosten van buitengerechtelijke rechtsbijstand: Deze kosten komen op grond van art. 6:96 voor vergoeding in aanmerking door het slachtoffer. Het gaat dan om kosten die het slachtoffer heeft gemaakt om buiten rechte vergoeding van zijn letselschade proberen te vorderen van de tegenpartij. Als het slachtoffer hiertoe een letselschadebureau of een letselschadeadvocaat heeft ingeschakeld, komen de kosten hiervan voor rekening van de tegenpartij en zijn ze totdat ze zijn voldaan, nog schade van het slachtoffer. Er gelden wel een tweetal voorwaarden: Het moet redelijk zijn dat de kosten zijn gemaakt (was het terecht dat het slachtoffer een bureau of advocaat inschakelde) en ook de hoogte van de kosten moet redelijk zijn. Dit wordt de 'dubbele redelijkheidstoets' genoemd en is eveneens gebaseerd op art. 6:96 BW. Smartengeld of immateriële schade (art. 6:106 BW): smartengeld wordt gevorderd wegens gederfde levensvreugde en bij psychische schade zoals PTSS of een burn-out wegens 'aantasting in de persoon'. Indien een letselschadetraject lang duurt vanwege een niet-welwillende houding van de wederpartij, kan het smartengeldbedrag dat het slachtoffer kan vorderen, hoger uitvallen. Verder is de hoogte van het smartengeld afhankelijk van de ernst van de verwondingen. Andere schadeposten zoals aangepast vervoer, de kosten van een aanpassing aan de woning, en bijvoorbeeld reiskosten in verband met het bezoek aan behandelend artsen. Wettelijke rente. Schadeverhaal In Nederland heeft uitsluitend de gewonde, ook wel de benadeelde genoemd, recht op vergoeding van zijn of haar letselschade indien een ander aansprakelijk is. Een uitzondering op die regel zijn de kosten die een ander voor de benadeelde betaalt, evenwel op voorwaarde dat de benadeelde die kosten zelf ook had kunnen vorderen. Dit wordt ook wel verplaatste schade genoemd. Shockschade is ook een vorm van schade die aan een ander dan de benadeelde zelf kan worden toegekend. Ook de werkgever van een gewonde kan de kosten van doorbetaald loon verhalen. (Sociale) verzekeraars hebben ook recht op verhaal van hun uitkeringen. Belastinggarantie (Fiscale garantie) Aangezien de schadevergoeding - ook vergoeding van het verlies van verdienvermogen (de inkomensschade) - netto wordt uitbetaald, dient de benadeelde bij de afwikkeling van zijn schadeclaim een belastinggarantie van de wederpartij te vorderen. Zo kan het risico op een eventuele belastingaanslag worden afgewenteld op de aansprakelijke partij. WAO-/WIA-/WAZ-voorbehoud Aangezien er bij letselschadeslachtoffers vaak sprake is van volledige of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, dient de benadeelde van de aansprakelijke partij te vorderen dat een eventuele vermindering of beëindiging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, zal worden gecompenseerd door de aansprakelijke partij. Dit wordt een WAO-voorbehoud genoemd, maar het komt ook voor onder de naam WIA-voorbehoud of WAZ- voorbehoud, afhankelijk van welke arbeidsongeschiktheidsuitkering het slachtoffer ontvangt. Sinds het arrest van het Gerechtshof Arnhem van 21 december 2004 (www.rechtspraak.nl, LJN: AU4722, rolnr. 2003/599) is het vaste rechtspraak dat een bovengenoemd voorbehoud dient te worden verleend voor het geval dat de kwade kans zich voltrekt dat de huidige arbeidsongeschiktheidsuitkering van het slachtoffer wordt verlaagd of helemaal wordt beëindigd. Speciale bureaus Er is de laatste jaren een groot aantal bureaus ontstaan, die gespecialiseerd zijn in het geven van adviezen bij het verhalen van letselschade. De kosten die een bureau aan de benadeelde voor de adviezen en werkzaamheden in rekening brengt, komen in beginsel voor rekening van de aansprakelijke verzekeraar (artikel 6:96 BW). Sommige bureaus werken op no cure no pay-basis (ook wel "contingency fee). Dat wil zeggen dat zij een percentage van het verhaalde bedrag als honorarium inhouden. Wanneer al op voorhand duidelijk is dat de tegenpartij volledig aansprakelijk gesteld kan worden heeft een no cure no pay regeling over het algemeen weinig zin. Immers de schade, ook van de rechtsbijstand door een bureau, wordt bij volledige aansprakelijkheid door de tegenpartij vergoed. Dit zou bij een no cure no pay regeling zelfs betekenen dat het bureau met een op voorhand grote kans van zekerheid extra wordt uitbetaald: door de tegenpartij die verplicht is de rechtsbijstand schade te vergoeden én door de klant van het bureau die immers een no cure no pay afspraak heeft gemaakt en een deel van zijn schadevergoeding moet afdragen. Voor advocaten is het overigens niet toegestaan op no cure no pay basis te werken. Letselschade-advocaten Binnen de advocatuur is er een groot aanbod van gespecialiseerde advocaten. Ook hun kosten worden in beginsel betaald door de verzekeraar van degene, die aansprakelijk is voor de letselschade. Een groot deel van hen is aangesloten bij de Vereniging van Letselschade Advocaten (LSA). Externe adviseurs Letselschadeadvocaten en speciale letselschadebureaus laten zich veelal adviseren door externe deskundigen. Het gaat hier bijvoorbeeld om medische adviseurs, rekenbureaus, medische deskundigen (expertiserend artsen) en arbeidsdeskundigen.