GERECHTSHOF

informatie over gerechtshoven en advocaten in Nederland,

Nederlandse rechtspraak, rechtsbanken en advocatenkantoren

Smartengeld
Smartengeld is een tegemoetkoming (bv in geld) voor de geleden schade die iemand heeft ondervonden. als gevolg van lichamelijk of geestelijk letsel, als de betrokkene in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast, als sprake is van het oogmerk om immateriële schade toe te brengen, dan wel als sprake is van aantasting van de nagedachtenis van een familielid. Het wordt ook wel vergoeding van immateriële schade genoemd, waarmee een onderscheid wordt aangebracht met de materiële schade, zoals verlies van inkomsten, kosten in verband met huishoudelijke hulp of reparatiekosten aan de auto in geval van een verkeersongeval. Smartengeld is een onderdeel van wat meer algemeen letselschade wordt genoemd. In het Nederlands recht is het smartengeld geregeld in artikel 106 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. Lichamelijk letsel De gevallen van lichamelijk letsel komen het meest voor. In Nederland zijn de bedragen meestal laag in verhouding tot sommige andere landen. Het hoogst toegekende bedrag was tot 1991 EUR 136.000 en betrof iemand die door een medische fout met het HIV-virus was besmet. Het niveau is al jaren redelijk constant. In april 2007 heeft een rechtbank een bedrag van EUR 150.000 toegewezen aan iemand die blijvend zwaar lichamelijk en psychisch letsel had opgelopen doordat hij door vier daders - waaronder zijn ex-echtgenote - ernstig was mishandeld. Er is sprake van een eenzijdige verlamming, cognitieve stoornissen en het verlies van een oog, terwijl de betrokkene sindsdien rolstoelgebonden is. De uitspraak is te vinden op www.rechtspraak.nl onder het nummer: LJN:BA2723 (Rechtbank 's-Hertogenbosch). De door Nederlandse rechters toegekende smartengeldbedragen zijn terug te vinden in het themanummer: Smartengeld van het tijdschrift Verkeersrecht, dat de ANWB eens in de drie jaar uitgeeft. De laatste uitgave is van 2006.
In sommige andere landen in Europa worden aanzienlijk hogere bedragen uitgekeerd. Voor het verlies van een oog werd in 2005 bijvoorbeeld in Italië EUR 80.000 uitgekeerd, in Engeland EUR 49.300, in Duitsland EUR 60.000, terwijl in Nederland EUR 22.000 wordt toegekend. Het hoogst toegewezen bedrag bedraagt in Duitsland en in Italië in het jaar 2005 EUR 500.000 en in Engeland EUR 330.000. Maar er zijn ook landen in Europa, die lagere bedragen toekennen dan in Nederland. Het verlies van een oog betekent in Oostenrijk bijvoorbeeld een smartengeld van EUR 14.500, en het hoogst toegekende bedrag in Denemarken is EUR 88.500. In de Verenigde Staten kunnen de bedragen oplopen tot meerdere miljoenen dollars Geestelijk letsel Vaak gaat lichamelijk letsel gepaard met geestelijk (psychisch) letsel. Er bestaat ook recht op smartengeld in geval van geestelijk letsel als niet tegelijkertijd ook sprake is van lichamelijk letsel. Voorbeelden uit de praktijk zijn een uit de hand gelopen zakelijk geschil, hinder door de kraaiende hanen van de buurman of de confrontatie met een schokkende gebeurtenis (Hoge Raad (HR) 22 februari 2002, NJ 2002, 240, Kindertaxi). Wel wordt in dat geval een ondergrens aangehouden. Een meer of minder sterk psychisch onbehagen is niet genoeg. In het algemeen is het voldoende als bij degene om wie het gaat een in de psychiatrie erkend ziektebeeld is vastgesteld. Ook wordt als regel vereist, dat de betrokkene deskundige medische hulp heeft gezocht (HR 9 mei 2003, RvdW 2003, 92 en HR 9 juli 2004, NJ 2005, 391). Naasten en nabestaanden Smartengeld kan ook worden toegekend aan een ander dan de benadeelde zelf. Het kan daarbij gaan om shockschade en om affectieschade. Voor de eerstgenoemde is als regel vereist, dat men geconfronteerd is met een ernstig (verkeers) ongeval of met de gevolgen ervan en daardoor geestelijk letsel ontstaat. Affectieschade heeft betrekking op de situatie van het overlijden of ernstig gewond raken van een direct naaste. Op dit moment is vergoeding van affectieschade in beginsel nog niet mogelijk in Nederland; een daartoe strekkend wetsontwerp (nr. 28 781) is in behandeling bij de Eerste Kamer